Na het opstappen van Otto Borgstein werd Pieter Aafjes als nieuwe dirigent gevraagd. Aafjes was de op een na oudste zoon van schoolhoofd van Meteren. Hij werkte eerst bij Spoor"s Mosterd, later bij de sigarenkistenfabriek de Imperator in de Prijssestraat. Bovendien was hij muziekleraar.

Aafjes ontpopte zich ook als schrijver van korte toneelstukjes, die dikwijls na de pauze op concertavonden werden opgevoerd.

Aafjes was een zwierig man, die van het goede wist te genieten en bovendien een kindervriend. Dat laatste is van grote betekenis geworden voor de verdere groei van de harmonie, want hij wist de jeugd aan te trekken en te houden. Aafjes wilde meer en betere muziek laten horen. Hij is er dan ook voorstander van dat er wordt deelgenomen aan concoursen. De dansmuziek gaat overigens wel door, want de kas moet ook gevuld worden. Al gauw werd niet meer gesproken over Crescendo, maar over 'de muziek van Aafjes'.

Na diverse concoursen met veel eerste prijzen als resultaat werd in 1918 in Klaaswaal een eerste prijs in de afdeling Uitmuntendheid met lof der jury behaald. Het schijnt toen een dolle boel te zijn geworden, zowel in Rotterdam waar overnacht werd (en tot laat in het trappenhuis van het hotel gemusiceerd werd), als bij thuiskomst twee dagen later. Bij het station stond het zwart van de mensen en een optocht van allerlei verenigingen begeleidde de muzikanten naar de Markt. In deze afdeling komt de harmonie nog steeds onafgebroken uit.


Talrijk zijn ook de anekdotes over Aafjes, die al dan niet subtiel rijke mensen en bedrijven wist te paaien het krakkemikkige instrumentarium via schenkingen te verbeteren. Legendarisch waren de sketches, die hij schreef voor de feestavonden.

In het jaar dat de vereniging zijn vijftigjarig jubileum vierde, behaalde Jac van Dillen een van de leerlingen, na een zeer intensieve opleiding door Pieter Aafjes zelf, het diploma voor orkestdirigent. In het begin van de oorlogsjaren werden nog wel concerten gegeven en concoursen bezocht, maar daarna werd het enkele jaren stil rond Crescendo, net zoals het stil werd rond veel andere verenigingen. Pas na de bevrijding kwam er weer beweging, maar de feestvreugde werd sterk getemperd door de dood in juni 1945 van de zoon en het enig kind van het echtpaar Aafjes.

De kroon op zijn werk was in 1947 het federatief concours in Leerdam, waar alle eerste prijzen (acht stuks) in Culemborgse handen vielen. Groot was de verslagenheid toen drie weken na dit concours Pieter Aafjes plotseling overleed, pas 60 jaar oud.


Tijdens de eerstvolgende repetitie werd de reeds jarenlang als tweede dirigent optredende Jac van Dillen benoemd als opvolger. Het herdenkingsconcert werd geopend met het In Memoriam, gecomponeerd door Aafjes bij het verlies van zijn zoon. Verder werd besloten de naam van de vereniging te veranderen in Culemborgse Harmonie 'Pieter Aafjes'.

In 1949 werd een borstbeeld onthuld van Pieter Aafjes, dat geschonken werd door de burgerij. Als tekst staat vermeld 'Hij had de muziek lief, en wijdde haar zijn leven'.