Van 1947 tot 1975 was Jac van Dillen de derde dirigent in successie. Hij wist zijn benoeming ten volle waar te maken: hij ging door met de opleiding van leerlingen en wist het reeds hoge muzikale niveau van de harmonie te handhaven, zo niet te verbeteren.
Jac van Dillen was het gezicht van de vereniging. Alles had hij in eigen hand: de opleiding van de leerlingen, het leerlingenorkest en het Groot Orkest. Zelfs het Culemborgse volkslied moest eraan geloven. Tijdens een grootse taptoe in 1969, bij het 650-jarig bestaan van Culemborg werd het 'Hoe kraait de boer z'n haantje' ten gehore gebracht in een bewerking van Jac van Dillen.
In 1970 was Jac van Dillen 50 jaar lid van de vereniging. Ter gelegenheid hiervan werd hem en zijn echtgenote een receptie aangeboden in het Parochiehuis. Voor zijn verdiensten voor de vereniging ontving Van Dillen de Gouden Stadspenning van Culemborg. De beschermvrouwe, mevrouw M.M. gravin van Hogendrop-van Hoytema, typeerde hem in haar toespraak als 'het kloppend hart van de vereniging. De groot geworden, maar immer bescheiden, leerling van Pieter Aafjes.'
In 1972 werd feest gevierd ter gelegenheid van zijn vijfentwintigjarig dirigentschap o.a. met een uitwisselingsconcert met de Kon. Harm. Oefening en Uitspanning uit Beek en Donk onder leiding van Heinz Friesen, een kennismaking die in de jaren daarna herhaald werd met concerten door de topharmonieëën uit Thorn en Loon op Zand, waarvan Friesen tevens dirigent was.
Tijdens het jaarlijkse winterconcert op zaterdag 8 maart 1975 nam Jac van Dillen afscheid als dirigent Hij had deze taak 28 jaar lang vervuld en was daarvóór negen jaar lang tweede dirigent geweest naast zijn voorganger en leermeester Pieter Aafjes. Samen hadden deze twee eminente dirigenten de harmonie tot grote hoogte gebracht in de periode van 1907 tot 1975. Overigens bleef Van Dillen de jaren daarna nog leiding geven aan het jeugdorkest Hij overleed in 1983, 75 jaar oud.